Grote schoenen

Er zijn families waarin succes bijna erfelijk lijkt.

Vader is arts. Moeder heeft drie bedrijven opgebouwd. Je broer is topsporter. Je zus studeerde op haar 23e cum laude af, heeft een sociaal leven én een kaaklijn waar God zelf nog even tijd voor heeft vrijgemaakt.

En jij?

Jij kijkt ernaar en denkt vooral: ik weet niet eens of ik dit wil.

Welkom in de wereld van de grote schoenen. Of in de wereld vol verwachtingen die niemand uitspreekt.

Het ingewikkelde aan familieverwachtingen is dat niemand letterlijk hoeft te zeggen:

“Jij moet net zo succesvol worden als je broer.”

Het zit vaak subtieler.

“Jij bent heus ook slim genoeg voor rechten.”
“Bij ons in de familie zijn we harde werkers.”
“Willen is kunnen.”
“Je broer had op jouw leeftijd al een eigen bedrijf.”

En zo krijg je naast je eigen leven ook een meetlat mee waar je nooit om hebt gevraagd.

Sommige kinderen groeien niet alleen op naast succesvolle familieleden, maar ook een beetje in hun schaduw.
Niet omdat ze niets kunnen. Hun talenten liggen misschien ergens anders.

Of, en dat mag ook gewoon gezegd worden, ze hebben diezelfde talenten simpelweg niet.

Niet iedereen kan hetzelfde. Niet iedereen heeft dezelfde ambitie. En niet iedereen wil een leven waarin presteren, winnen en excelleren bovenaan staan.

Soms passen de schoenen gewoon niet bij je.
Je broer studeert geneeskunde. Jij wil fotograaf worden.
Iedereen zegt: “Wat leuk. Je moet vooral je passie volgen.”

Maar je voelt de stilte. De vergelijking. De bewondering die toch nét iets makkelijker richting je broer gaat.
En dus ga je twijfelen. Eerst aan je keuze. Daarna aan jezelf.

Want onder die prestatiedruk zit vaak iets veel fundamentelers dan succes: liefde, erkenning en erbij horen.
Als ik niet word wie zij hopen dat ik word, ben ik dan nog wel goed genoeg?

Zeker in gezinnen waarin waardering sterk verbonden is geraakt aan prestaties, kan afwijken gaan voelen als falen.

Als je gaat leven volgens de verwachtingen van je familie, ga je je aanpassen. En je levert wat in van jezelf.

Je kiest een studie die eigenlijk niet bij je past. Een carrière die vooral op papier indrukwekkend is. Je blijft ergens omdat stoppen als mislukken voelt.

Van buiten ziet het er misschien prima uit. Van binnen klopt het niet.

Dat is het probleem met grote schoenen: je kunt er heel lang op proberen te lopen, maar daardoor gaan ze nog steeds niet passen.

Je eigen pad kiezen kan voelen als verraad, en misschien is dát wel het moeilijkste.

Wanneer succes, status of een bepaalde levensstijl belangrijk zijn binnen een familie, voelt jouw andere keuze niet altijd neutraal.

Met “dit past niet bij mij” kan de ander horen: “Jullie manier van leven deugt niet.”
Terwijl je dat helemaal niet zegt.

Je probeert alleen onderscheid te maken tussen: wat van mijn familie is — en wat van mij is.

Daar begint autonomie.

Niet bij harder proberen te voldoen aan verwachtingen, maar bij jezelf afvragen:

Wat wil ík?
Waar ben ík goed in?
Welke overtuigingen heb ik meegekregen?
En welke daarvan wil ik eigenlijk houden?

En misschien de lastigste: durf ik een leven te kiezen waarvoor niet iedereen applaudisseert?

Niet ieder kind is geboren om in de voetsporen van zijn familie te treden.

Misschien zit volwassen worden daarom niet in het succesvol dragen van andermans schoenen.

Maar op het moment waarop je durft te zeggen: Dit zijn jullie schoenen. Niet de mijne.

En stopt met proberen erin te passen.

Loop jij vooral het pad dat bij jou past — of het pad waarvan je hebt geleerd dat het bij je hóórt te passen? Soms is het lastig om onderscheid te maken tussen je eigen keuzes en verwachtingen die je al jaren met je meedraagt. Daar kijk ik graag samen met je naar.

Volgende
Volgende

Vol overtuiging