Rouw op de werkvloer

Rouw wordt op de werkvloer nog steeds gezien als iets persoonlijks. Iets dat je meeneemt van thuis en vooral niet te zichtbaar maakt op kantoor. Maar wie goed kijkt, ziet dat rouw midden in organisaties ontstaat. Niet door overlijden, maar door verlies van mensen, functies en toekomstbeelden.

Wanneer collega’s vertrekken door bezuinigingen of reorganisaties, blijft er altijd een groep achter. Die groep wordt zelden gezien als geraakt. Ze hebben tenslotte hun baan nog. Toch verliezen ook zij iets.
Samenwerking verandert, vertrouwde structuren verdwijnen en verantwoordelijkheden schuiven stilzwijgend door. Wat ooit overzichtelijk was, wordt diffuus.
En ondertussen hangt de vraag in de lucht die niemand hardop stelt: had ik daar ook kunnen staan?

Achterblijvende medewerkers reageren vaak loyaal. Ze vangen gaten op, nemen extra werk op zich en proberen de continuïteit te bewaken. Niet omdat dat gevraagd wordt, maar omdat het zo voelt.

Onder die loyaliteit schuilt vaak iets anders: het vasthouden aan betekenis, de behoefte om nodig te blijven, of de angst om zelf de volgende te zijn. Dat zijn geen zwakke drijfveren, maar menselijke.

Als dit verlies geen taal krijgt, zie je gedrag ontstaan dat makkelijk verkeerd wordt begrepen.

Terugtrekking, prikkelbaarheid, cynisme of juist overmatige inzet. Niet omdat mensen lastig zijn, maar omdat ze reageren vanuit patronen die ooit helpend waren en nu beginnen te schuren.

Hier raakt de KernAanpak aan de kern. Niet door te focussen op gedrag, maar door zichtbaar te maken wat er onder dat gedrag speelt. Wat is hier verloren gegaan, ook voor degenen die zijn gebleven? Welke overtuigingen worden geraakt, zoals het idee dat je alleen veilig bent als je alles opvangt, of dat je waarde afhangt van hoe onmisbaar je bent?

Door die laag te erkennen, ontstaat ruimte.

Medewerkers gaan zien waar ze automatisch reageren en waar ze geen keuze meer ervaren. Niet om te stoppen met betrokken zijn, maar om opnieuw te kunnen kiezen. Doe ik dit omdat ik het wil, of omdat ik denk dat het moet?

Voor werkgevers verschuift het gesprek daarmee fundamenteel. Niet langer draait het om functioneren corrigeren, maar om begrijpen wat er veranderd is in de context en wat dat doet met mensen. Dat vraagt geen therapie en geen groot programma. Het vraagt leiderschap dat verlies durft te benoemen, ook bij degenen die nog gewoon op hun plek zitten.

Organisaties die dit negeren, zien het later terug. In uitval, in stille uitputting, in teams die blijven draaien maar langzaam leeglopen. Organisaties die dit herkennen, bouwen aan veerkracht. Niet door alles vast te houden, maar door mensen serieus te nemen in wat er onzichtbaar is kwijtgeraakt.

Rouw op de werkvloer is geen zwakte. Het is een realiteit.

En wie bereid is daar naar te kijken, maakt ruimte voor herstel, eigenaarschap en beweging — juist daar waar het zo makkelijk onder de radar blijft.

Herken je dit in jouw organisatie of team, en merk je dat het gesprek hierover blijft steken in gedrag of verzuimcijfers? Dan kan een verkennend gesprek helpen om scherp te krijgen wat er onder de oppervlakte speelt en wat er nodig is om weer beweging te brengen. Niet om alles op te lossen, maar om helderheid te creëren — voor medewerkers én leidinggevenden.

Wil je onderzoeken wat er in jouw organisatie is blijven liggen na verlies, verandering of reorganisatie?
In een intakegesprek kijken we niet naar symptomen of snelle oplossingen, maar naar wat er onder de oppervlakte speelt en waarom bepaalde patronen blijven terugkomen. Dat geeft helderheid, richting en rust — voor medewerkers én leidinggevenden.

Neem dan contact met me op.

Volgende
Volgende

Waarom vaders zich moeten bewijzen