Waarom vaders zich moeten bewijzen

Scheiden doet iets met je. Niet alleen met je relatie, maar ook met je rol als ouder. Waar je ooit samen beslissingen nam, sta je er ineens alleen voor en soms ook tegenover elkaar. En vooral vaders merken dan: ik moet mezelf bewijzen.

Ik moet laten zien dat ik een goede vader ben. Maar zij hoeft dat niet.
Alsof ik moet bewijzen dat ik van mijn kind hou, en dat ik voor mijn kind kan zorgen...

Die zinnen hoor ik in mijn praktijk vaker. Ze komen van vaders die bij mij aankloppen, teleurgesteld over hoe de omgang is geregeld. Ze voelen zich buitenspel gezet.

Vaders die wél betrokken zijn, maar het gevoel hebben steeds te moeten uitleggen, bewijzen en overtuigen. Hun rol wordt voortdurend bevraagd. Niet door hun kind, maar door de ander. En ook door het systeem. Het is niet dat vaders minder betrokken zijn, maar dat hun aanwezigheid ter discussie staat. En hoe harder je je inzet, hoe groter de frustratie wordt.

En waarom?

Omdat een moeder een andere mening is toegedaan. Omdat ze vindt dat je eerder nooit zorgde. Of altijd werkte. Omdat ze boos is. Die redenen zijn niet altijd juist. Laat staan relevant. Misschien moet je het niet willen bewijzen. Harder argumenteren en juridischer worden voelt logisch, maar versterkt vaak het beeld dat je star of boos bent.

De doorbraak begint wanneer je het gevecht verschuift van gelijk krijgen naar betekenisvol aanwezig zijn. Benoem waar angst of wantrouwen zit. Dat geeft een ander signaal.

Het helpt om zichtbaar stabiel te zijn, ook als je teleurgesteld bent. Niet perfect, maar rustig, consequent, gedragen. Zo laat je zien dat je er bent als ouder, in woorden én in houding. De verschuiving van bewijzen naar aanwezig zijn, wordt sneller opgemerkt dan je denkt. Het verandert je toon en je manier van handelen.

Breng het gesprek terug naar ouderschap. Stop met focussen op wat de ander fout doet. Kijk naar wat je kind nu nodig heeft van jullie beiden. Dat opent ruimte voor contact en begrip.

Erken wat je niet kunt veranderen. Richt je op waar jij wél invloed hebt. Zo voorkom je verbittering, en dat je kind jou leert kennen als de boze ouder.

Begeleiding die niet kiest, maar kijkt, kan helpen. Niet omdat iemand wint, maar omdat de strijd zijn functie verliest. Dan ontstaat verbinding.

Het gaat niet om wie er gelijk heeft, maar om wat er beschadigd is. Wat heeft het kind nodig van beide ouders?

Het is geen zwakte om te zeggen dat je je niet geloofd voelt. Of dat je steeds moet bewijzen. Je bent geen slachtoffer. Je geeft een signaal: dit gaat niet meer over ouderschap, maar over posities en macht.

En precies daar begint het echte werk.

Ben je op zoek naar wat meer lucht? Ben je het vechten ook zo zat? Neem dan contact met me op.



Vorige
Vorige

Rouw op de werkvloer

Volgende
Volgende

Emotionele prullenbak