Jij werkt voor de opvang
Een kind wordt geboren.
En ergens tussen de luiers, gebroken nachten en consultatiebureaubezoeken verschijnt te vaak hetzelfde gesprek.
"Jij verdient minder dan ik." "Jouw salaris gaat bijna op aan de kinderopvang." "Dus het is logischer als jij minder gaat werken."
En voor je het weet zit er een moeder thuis die helemaal niet minder wilde werken.
Want laten we eens eerlijk zijn, sinds wanneer zijn de kosten van kinderopvang ineens gekoppeld aan het salaris van één ouder?
Het is een bijzondere rekensom. Een man verdient €6.000. Een vrouw verdient €3.000. Kinderopvang kost €1.500.
En ineens wordt er gerekend alsof die €1.500 rechtstreeks van haar salaris afgaat.
Alsof het kind alleen van haar is. Alsof de opvang alleen voor haar nodig is. Alsof zijn inkomen het gezinsinkomen is en haar inkomen een leuke bonus.
Een heel bijzondere rekensom. Want het kind is van twee ouders. De opvang is voor twee ouders. Dus zijn de kosten ook van twee ouders.
De discussie gaat niet over geld. Tenminste, meestal niet. Onder deze discussie zit vaak iets anders.
Een oude overtuiging.
Dat het werk van de man belangrijker is. Dat zijn carrière minder flexibel is. Dat zijn salaris beschermd moet worden.
En dat haar werk vooral moet passen rondom het gezin.
Niemand zegt dat hardop.
Maar opvallend genoeg hoor je zelden: "Jij verdient meer, dus misschien moet jij een dag minder gaan werken."
Of: "Laten we de impact op onze carrières eerlijk verdelen."
Gek eigenlijk. Want dat kind wilden “we” samen, het is “ons” kind. Maar het zijn blijkbaar “jouw” kosten.
De rekening komt later. Want de discussie gaat meestal over vandaag.
Niet over over vijf, tien of twintig jaar. Niet over pensioen. Niet over doorgroeimogelijkheden. Niet over financiële zelfstandigheid. Niet over wat er gebeurt als een relatie eindigt.
Dan blijkt ineens dat degene die "tijdelijk" minder ging werken minder pensioen heeft opgebouwd, minder carrièrekansen heeft gehad, financieel afhankelijker is geworden en vaak nog steeds het grootste deel van de zorg draagt.
Dat tijdelijke blijkt verrassend vaak permanent.
En de mannen dan?
Voordat alle mannen nu boos worden: Dit gaat niet over slechte vaders. De meeste vaders houden net zoveel van hun kinderen als moeders.
Maar veel mannen zijn opgegroeid met het idee dat hun belangrijkste bijdrage zit in voorzien.
Werken. Verdienen. Oplossen.
Dat maakt het soms lastig om de vraag te stellen: "Waarom zou ík eigenlijk niet minder gaan werken?"
Want die vraag raakt niet alleen hun agenda. Die raakt hun identiteit.
Dus wat is dit nou eigenlijk voor gesprek? Want het gaat niet echt over geld. Dat is hoe we het vertalen.
Want de vraag is niet "Wie betaalt de kinderopvang?"
Maar: "Wie draagt de zorg?" "Wiens werk vinden we belangrijk?" "Wie mag zich ontwikkelen?" "En wie past zich aan?"
En dat zijn heel andere gesprekken. En meestal ook veel eerlijkere.
Misschien moeten we stoppen met rekenen alsof kinderopvang de hobby van de moeder is. Het is geen kostenpost van haar. Het is een gezamenlijke investering van twee ouders.
"Hoe willen wij de zorg, de kansen, de carrière en de gevolgen daarvan samen dragen?" is een eerlijker vraag dan: “Wie verdient het minst?”
Dat gesprek gaat namelijk over balans, en gelijkwaardigheid. En dat is het gesprek wat vaker gevoerd zou moeten worden.
Sta jij voor keuzes rondom werk, zorg, ouderschap of de verdeling daarvan? En merk je dat jullie steeds vastlopen in dezelfde discussie? Misschien gaat het niet over de opvang. Soms gaat het over wat eronder zit.
Wil je uitzoeken wat dat is? Neem dan contact met me op.